Het Spaanse Hooggerechtshof heeft een artikel uit de Vreemdelingenwet ongeldig verklaard dat een verblijf buiten het land van meer dan zes maanden per jaar als reden voor beëindiging van een verblijfsvergunning vaststelt. Dit artikel beperkt het fundamentele recht op vrij verkeer van buitenlanders die in Spanje wonen, hetgeen alleen kan worden gedaan door een decreet met de status van wet, en niet door een normatief decreet zoals in dit geval. Het Hooggerechtshof heeft daarom het beroep gegrond verklaard van een Iraanse staatsburger wiens tijdelijke verblijfs- en arbeidsvergunning in Spanje in 2019 verlopen was verklaard vanwege een verblijf buiten het Spaanse grondgebied van meer dan zes maanden. De vrouw, die in Girona woonde, verliet Spanje in juli 2018 en was afwezig in het land omdat ze een operatie in Turkije had ondergaan en daar vervolgens in afwachting van een nieuwe operatie verbleef. Een eerder beroep bij het Hooggerechtshof van Catalonië was afgewezen (zij het met een "dissenting opinion"), maar is nu gegrond verklaard door een hogere rechtbank, waarmee een precedent is geschapen voor soortgelijke procedures in de toekomst. Tegenwoordig kan een verlenging van een verblijfsvergunning in Spanje alleen nog worden geweigerd op grond van een wijziging in het zogenaamde centrum van vitale belangen van de inwoner (familiebanden, vaste werkplek, bedrijf dat persoonlijke betrokkenheid ter plaatse vereist, etc.), maar niet omdat hij om andere redenen langere tijd afwezig is geweest.


