Eerder deze week heeft de Directie-Generaal Immigratie de regionale afdelingen instructies gegeven om de vereisten voor het verkrijgen en verlengen van een verblijfsvergunning via vestiging (arraigo social) en gezinsherenigingsprocedures te versoepelen. Deze wijzigingen houden enerzijds verband met de pandemie, die veel immigranten in een zeer moeilijke situatie heeft gebracht, en anderzijds met de invoering van de wet op het minimuminkomen (Ingreso Mínimo Vital), die alleen beschikbaar zal zijn voor degenen die legaal in Spanje verblijven. Er wonen momenteel meer dan 5 miljoen legale migranten in Spanje. De economische crisis die door het coronavirus is veroorzaakt, zou ertoe kunnen leiden dat velen van hen buiten het systeem vallen als de regels voor het migratiebeleid niet worden versoepeld. De meesten van hen zullen simpelweg niet in staat zijn om te voldoen aan de vereisten voor het verlengen van hun verblijfsvergunning.

Verblijfsvergunning door vestiging: verkrijgen en verlengen

Ten eerste worden de vereisten voor de verwerking van documenten voor aanvragen die zijn opgeschort vanwege de uitbraak van de coronapandemie vereenvoudigd. Dit geldt in de eerste plaats voor gevallen waarin een buitenlander de procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning is begonnen op basis van een vaste status op basis van een arbeidsovereenkomst, maar deze overeenkomst vanwege de gezondheidscrisis is beëindigd of opgeschort. Een werknemer in een dergelijke situatie krijgt 45 dagen de tijd om een nieuwe arbeidsovereenkomst te vinden. Indien het niet lukt om binnen deze periode een baan te vinden, kan als alternatief binnen 30 dagen een door de gemeente afgegeven sociaal integratierapport (informe de arraigo) worden ingediend.

Gezinshereniging

De nieuwe richtlijnen versoepelen ook de economische eisen voor gezinshereniging.

  • Ten eerste zal het bedrag aan inkomen dat een aanvrager nodig heeft om zijn of haar familieleden, vooral minderjarigen, te legaliseren, aanzienlijk lager zijn.
  • Ten tweede worden werkloosheidsuitkeringen en andere sociale uitkeringen, waaronder het nieuwe bestaansminimum, voortaan als inkomen meegerekend. Het is belangrijk dat het maandelijks inkomen stabiel is. Het inkomen mag niet lager zijn dan het minimumloon (SMI), namelijk € 950 (zonder evenredig te stijgen met het aantal gezinsleden). Indien dit bedrag niet wordt bereikt, wordt op het inkomen per kind een coëfficiënt van 110% van de IPREM-indicator toegepast – de multifunctionele algemene inkomensindicator (die in 2020 € 537,84 bedraagt) + 10% (€ 53,78).

Vind je dit artikel leuk? Deel het met je vrienden!